Het verkeer op de openbare weg wordt in ieder geval in gevaar gebracht, danwel gehinderd indien de uitweg is gelegen:
- - aan een gebiedsontsluitingsweg, of;
- - op een plaats waar gebruik gemaakt wordt van een fiets- en/of voetpad, anders dan het kruisen ervan om het perceel te bereiken, of;
- - op of binnen een afstand van 5 meter van een:
- - bocht, of;
- - rotonde, of;
- - kruising van wegen, of;
- - splitsing van wegen, of;
- - voetgangersoversteekplaats, of;
- - bushalte, of;
- - op een plaats waar verlichting of bebording is aangebracht en deze uit het oogpunt van veilig gebruik van de weg niet verplaatst kan worden, of;
- - in een voortuin of zijtuin waarbij de plaats op eigen terrein niet voldoende ruimte biedt aan een parkeerplaats met een afmeting die voldoet aan de richtlijnen voor haaks parkeren, gerekend vanaf de perceelgrens, of;
- - de uitweg tot gevolg heeft dat reeds aanwezig straatmeubilair, een nutsvoorziening en/of ander obstakel zicht belemmerend is en deze redelijkerwijs niet verplaatst kan worden, of;
- - waarbij er op de rijbaan onvoldoende ruimte aanwezig is om de verkeersbeweging van en naar de uitweg te voltooien conform de hiervoor geldende richtlijnen, of;
- - waardoor de verkeersveiligheid in gevaar komt, of waar hinder wordt veroorzaakt. Gevaar of hinder wordt vastgesteld aan de hand van een door het college uitgevoerde verkeersveiligheidsanalyse