De aanwezigheid van een uitweg dient geen negatief effect te hebben op het uiterlijk aanzien van de omgeving. Met omgeving wordt bedoeld de openbare ruimte, het straatbeeld en de stedenbouwkundige, cultuurhistorische, landschappelijke en groene waarden daarvan. Een uitweg wordt verboden indien genoemde waarden onevenredig negatief worden aangetast door de uitweg.