Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling gemeentelijke monumenten Opsterland

1.. Subsidie voor de instandhouding van een gemeentelijk monument kan worden verstrekt voor: Instandhoudingskosten; kosten vanwege cultuurhistorisch belang; en verbeteringskosten. 2.. Er wordt slechts subsidie verstrekt voor de in het eerste lid genoemde kosten, voor zover deze: regulier onderhoud te boven gaan; naar het oordeel van het college voor de instandhouding van het object noodzakelijk zijn; naar het oordeel van het college doelmatig zijn; gericht zijn op het maximaal behoud van aanwezige historische materialen en constructies; gericht zijn op het voorkomen van verval of het voorkomen van gevolgschade; gericht zijn op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen; niet gericht zijn op reconstructie, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van het college ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn; niet voortvloeien uit veranderd gebruik; betrekking hebben op de karakteristieke delen van het gemeentelijk monument; en niet worden gemaakt met het oog op comfortverbetering. 3.. De subsidie voor een gemeentelijk monument bedraagt maximaal 25% van de in het eerste lid bedoelde kosten, met een maximum van € 7.500,-. 4.. In afwijking van het derde lid, bedraagt de subsidie voor een begraafplaats die benoemd is tot gemeentelijk monument maximaal 25% van de in het eerste lid genoemde kosten, met een maximum van € 2.000,-. 5.. Onder de in het eerste lid bedoelde kosten worden in ieder geval begrepen de geraamde en door of namens het college goedgekeurde bedragen van: de aanneemsom; de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen; het honorarium van de architect en de constructeur; de kosten van het dagelijks toezicht; de aanbestedingskosten; de verschuldigde omzetbelasting, tenzij deze verrekenbaar is.

Rechtspraak bij dit artikel