1a.. Wanneer een bijstandsgerechtigde één of meer kamer(s) op commerciële basis onderverhuurt, dan worden de huurinkomsten in mindering gebracht op de bijstandsuitkering van de onderverhuurder, met uitzondering van de volgende vrijlatingsbedragen:

  • - € 275,- per maand voor onderverhuur zonder maaltijdverstrekking;
  • - € 475,- per maand voor onderverhuur inclusief het verstrekken van (ingrediënten voor) de dagelijkse maaltijden.

1b.. Wanneer de bijstandsgerechtigde meerdere kamers onderverhuurt dan past de gemeente de vrijlating zoals genoemd in lid 1a onder a en b in totaal maximaal 2 maal toe.

1c.. Wanneer hier reden voor is, kunnen de bedragen zoals genoemd in lid 1 onder a en b door de directeur Inkomen worden aangepast.

2.. De verhuurder moet op verzoek van de gemeente kunnen aantonen dat de onderhuur, en daarmee de vrijlating zoals genoemd in lid 1 onder a en b, (nog steeds) van toepassing is.

3a.. De onderverhuurder en onderhuurder moeten in een schriftelijke huurovereenkomst in ieder geval vastleggen (1) de adresgegevens van betrokkenen; (2) wat de hoogte is van de huur; (3) de begin- en (indien van toepassing) de einddatum van de huurovereenkomst en (4) of er sprake is van onderhuur met of zonder maaltijdvoorziening.

3b.. Een huurovereenkomst tussen bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad of tussen belanghebbenden die een gezamenlijke huishouding voeren zoals beschreven is in artikel 3 lid 4 Participatiewet geldt niet als commerciële huurovereenkomst.

4.. Wanneer een uitkeringsgerechtigde met een IOAW- of een IOAZ-uitkering één of meer kamer(s) onderverhuurt, dan worden de gehele huurinkomsten niet in mindering gebracht op de IOAW- of IOAZ-uitkering van de onderverhuurder.