Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.7.

Vrijlatingsbedrag kamerverhuur

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz van de Gemeente Amsterdam

1a. . Wanneer een bijstandsgerechtigde één of meer kamer(s) op commerciële basis onderverhuurt, dan worden de huurinkomsten in mindering gebracht op de bijstandsuitkering van de onderverhuurder, met uitzondering van de volgende vrijlatingsbedragen: € 275,- per maand voor onderverhuur zonder maaltijdverstrekking; € 475,- per maand voor onderverhuur inclusief het verstrekken van (ingrediënten voor) de dagelijkse maaltijden. 1b. . Wanneer de bijstandsgerechtigde meerdere kamers onderverhuurt dan past de gemeente de vrijlating zoals genoemd in lid 1a onder a en b in totaal maximaal 2 maal toe. 1c.. Wanneer hier reden voor is, kunnen de bedragen zoals genoemd in lid 1 onder a en b door de directeur Inkomen worden aangepast. 2.. De verhuurder moet op verzoek van de gemeente kunnen aantonen dat de onderhuur, en daarmee de vrijlating zoals genoemd in lid 1 onder a en b, (nog steeds) van toepassing is. 3a.. De onderverhuurder en onderhuurder moeten in een schriftelijke huurovereenkomst in ieder geval vastleggen (1) de adresgegevens van betrokkenen; (2) wat de hoogte is van de huur; (3) de begin- en (indien van toepassing) de einddatum van de huurovereenkomst en (4) of er sprake is van onderhuur met of zonder maaltijdvoorziening. 3b.. Een huurovereenkomst tussen bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad of tussen belanghebbenden die een gezamenlijke huishouding voeren zoals beschreven is in artikel 3 lid 4 Participatiewet geldt niet als commerciële huurovereenkomst. 4.. Wanneer een uitkeringsgerechtigde met een IOAW- of een IOAZ-uitkering één of meer kamer(s) onderverhuurt, dan worden de gehele huurinkomsten niet in mindering gebracht op de IOAW- of IOAZ-uitkering van de onderverhuurder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel