Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 Activeren

Artikel 3.1 Immateriële vaste activa

Artikel 3.1 Immateriële vaste activa

Onderdeel van Nota Investeren, activeren en afschrijven 2024 -2029

Op de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: - Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; - Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; - Bijdragen aan activa in eigendom van derden. Het BBV staat slechts in zeer beperkte mate activering van immateriële investeringen toe. Bovendien is de activering van immateriële investeringen nooit verplicht. 3.1.1. Kosten verbonden aan het van sluiten van geldleningen De BBV beveelt aan om de kosten verbonden aan het sluiten van een geldlening, zeker als deze relatief van geringe omvang zijn, niet te activeren maar deze in het jaar waarin ze worden gemaakt als een exploitatielast in de jaarrekening op te nemen. Deze aanbeveling nemen we over door kosten verbonden aan geldleningen niet te activeren. 3.1.2 Kosten van onderzoek en ontwikkeling De kosten voor onderzoek en ontwikkeling staan ook bekend onder de naam “Voorbereidingsbudget krediet”. Stelregel is dat de omvang van het voorbereidingskrediet maximaal 5% van het in te schatten investeringsbedrag is. Als dit niet voldoend is, dan wordt dit vooraf beargumenteerd aangegeven. Daarbij is het activeren van kosten van onderzoek en ontwikkeling als immaterieel actief is op grond van het BBV alleen toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: - De gemeente heeft de intentie het actief te gebruiken of te verkopen; - De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat vast; - Het actief zal in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereren; - De uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen kunnen betrouwbaar worden vastgesteld. De kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen maximaal vijf jaar worden geactiveerd. Wanneer tijdens of na afloop van die periode blijkt dat de kosten niet tot een investering leiden, moet de resterende boekwaarde op dat moment direct worden afgeschreven ten laste van de exploitatie. Daarbij is in ‘kosten voor onderzoek en ontwikkeling’ onderscheid te maken tussen de kosten voorafgaand aan een investering, en onderzoeks- en ontwikkelingskosten die onderdeel uitmaken van een investering. Het verschil tussen beide is met name of al is besloten wat de investering gaat zijn. De kosten tot aan het moment dat wordt besloten welke investering wordt gedaan, zijn kosten die alleen onder voorwaarden mogen worden geactiveerd of direct ten laste van de exploitatie moeten worden gebracht. Is besloten wat de investering gaat zijn, dan mogen kosten voor onderzoek en ontwikkeling zondermeer worden geactiveerd. a) Niet activeerbare kosten voor het investeringsbesluit Kosten om te onderzoeken wat de (technische) investeringsbehoefte is, bijvoorbeeld rioolinspecties of draagkracht onderzoek bij bruggen, behoren tot de normale kosten tijdens de levensduur van activa. Ook de kosten van variantenstudies, waarin nog wordt gekeken wat de onderhoudsbehoefte is, wat de beleidswensen zijn, wat de kosten per variant zijn enzovoorts behoren tot de normale kosten van de gemeente. Deze kosten zijn niet activeerbaar en komen ten laste van de exploitatie. b. Activeerbare kosten vóór het investeringsbesluit Als kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden de kosten gezien als het maken van een masterplan of ontwerp op wijkniveau, op basis waarvan vervolgens verschillende straten opnieuw worden aangelegd. Omdat de ontwerpkosten op een overkoepelend niveau worden gemaakt zijn deze geen onderdeel van de uiteindelijke investering (per straat). Belangrijk criterium hierbij is dat de kosten wel direct leiden tot één of meer investeringen of specifiek worden gemaakt om te komen tot een investering. Een beleidsplan, algeheel beeldkwaliteitsplan of structuurvisie bijvoorbeeld voldoen niet aan deze kenmerken. In het BBV is bepaald dat de kosten voor onderzoek en ontwikkeling onder voorwaarden mogen worden geactiveerd. a. Activeerbare kosten ná het investeringsbesluit: Ook nadat is besloten om te investeren in bijvoorbeeld het vervangen van een riolering en de herinrichting van een straat, of een grootschalige renovatie van een gebouw, worden kosten gemaakt ter voorbereiding van de feitelijke investering. Het gaat dan bijvoorbeeld om onderzoek naar de grondwaterstand of de aanwezigheid van beschermede diersoorten. Er worden ontwerpkosten gemaakt en kosten voor participatie en inspraak, mogelijk ook voor varianten die uiteindelijk niet worden uitgevoerd. Deze kosten, ná het besluit om te investeren, gelden als bijkomende kosten en moeten verplicht als onderdeel van de uiteindelijke investering worden geactiveerd. 3.1.3 Bijdrage aan activa in eigendom van derden Gemeenten kunnen bijdragen aan activa in eigendom van derden activeren. Het gaat dan om bijdragen aan bijvoorbeeld onderwijsinstellingen, sportverenigingen of culturele instellingen. Om bijdragen aan activa in eigendom van derden te mogen activeren, gelden vanuit het BBV de volgende voorwaarden: - Er is sprake van een investering door een derde; - Deze investering draagt bij aan de publieke taak van de gemeente; - De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals overeengekomen; - De bijdrage kan worden teruggevorderd indien de derde in gebreke blijft of anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. De voorwaarden dat de derde partij werkelijk investeert en daarmee niet in gebreke blijft, borgen we door pas bij te dragen op het moment dat daadwerkelijk wordt geïnvesteerd. Voorafgaand aan het besluit om bij te dragen wordt beoordeeld of wordt geïnvesteerd in de publieke taak. Het kunnen terug vorderen van de bijdrage óf aanspraak maken op hetgeen waarin geïnvesteerd wordt als de derde partij in gebreke blijft (van het uitvoeren van de publieke taak) wordt per bijdrage vastgelegd. Vaak gaat het om bijdragen aan instellingen waarmee de gemeente ook een subsidierelatie heeft, waarmee de continuering van de publieke taak verder is geborgd. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (artikel 64, lid 3 BBV).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel