Een woonvoorziening wordt alleen toegekend voor een zelfstandige woning. Dit betekent dat de woning een eigen ingang heeft en een woonkamer, minimaal één slaapkamer, een volledige keuken(hoek), een toilet en een badkamer heeft.
De woonvoorziening moet de woonruimte bereikbaar, doorgankelijk en bruikbaar maken voor de inwoner met beperkingen. Dit betekent:
Bereikbaarheid: de woning is te bereiken, eventueel met gebruik van een loophulpmiddel of rolstoel. Het uitgangspunt is dat de woning in ieder geval bereikbaar is via één ingang. Het toegankelijk maken van een tweede ingang is afhankelijk van het doel hiervan. Bijvoorbeeld de noodzaak van het kunnen bereiken van een berging, tuin of terras. We stellen een maximum van 20 m2 aan het aantal vierkante meters verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang van een woning.
Doorgankelijk: het kunnen bereiken van de verschillende gebruiksruimten. Bij rolstoelgebruik of het gebruik van een douchestoel, zelfbeweger of douchestretcher/-brancard moet er voldoende ruimte zijn voor het manoeuvreren met de voorzieningen, de noodzakelijke hulp bij de verzorging en het eventueel gebruik van een tillift (verrijdbaar of aan het plafond gemonteerd).
Bruikbaar: normale elementaire woonfuncties moeten mogelijk zijn. Dat zijn de activiteiten die de gemiddelde bewoner in zijn woning verricht. Het gaat om eten bereiden, slapen, lichaamsreiniging, essentiële huishoudelijke werkzaamheden (zoals kleding wassen), aan- en uitkleden, wassen en verschonen en verzorgen van kinderen. De ruimtes die bestemd zijn voor deze activiteiten moeten voor de normale functies bruikbaar worden gemaakt. Dit betekent dat een hobby-, werk- of recreatieruimte niet in aanmerking komt voor een woonvoorziening.
Vergoeding van een uitraaskamer
Een uitzondering op de regels is de uitraaskamer. Voor een kind met gedragsproblemen is spelen en tot rust komen, zonder gevaar voor zichzelf of anderen, ook een elementaire woonfunctie. Daarom kan het college een afgesloten ruimte, waarin het kind zich kan afzonderen en kalmeren, vergoeden. De uitraaskamer helpt niet alleen het kind, maar geeft de ouders/verzorgers ook de kans om beter toezicht uit te oefenen op het kind. Een uitraaskamer kan worden vergoed in onder andere de volgende situaties::
Betrokkene beschadigt zichzelf (zelfverwonding) en, of;
Betrokkene beschadigt de omgeving (vernielzucht) en, of;
Er is sprake van ongecontroleerde driftbuien of overmatige apathie.
Kortdurend gebruik en losse woonvoorzieningen
Voor kortdurend gebruik (maximaal 6 maanden) kunnen inwoners losse woonvoorzieningen lenen via uitleenpunten van de zorgverzekeraar. Deze voorzieningen zijn vaak snel beschikbaar, voordeliger en flexibel inzetbaar. Bijvoorbeeld: een douchestoel kan niet alleen onder de douch worden gebruikt, maar ook bij de wastafel of tijdens het aankleden. Daarnaast kunnen deze woonvoorzieningen worden meegenomen bij een verhuizing. Daarom gaan losse voorzieningen in principe vóór op vaste, bouwkundige aanpassingen aan de woning.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.1
Bereikbaar, doorgankelijk en bruikbaar
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2024