Bezoekbaar maken van een woning
Bij het bezoekbaar maken van een woning gaat het om personen die in een Wlz-instelling wonen. Het wettelijke uitgangspunt is dat het bezoekbaar maken van een woning voor een Wlz-cliënt die in een instelling woont, niet onder de compensatieplicht valt. Maar de gemeente mag dit wel doen. D gemeenteraad heeft daarom in de Verordening een maximale financiële tegemoetkoming vastgesteld voor het bezoekbaar maken van een woning.
Als een inwoner met een Wlz-indicatie zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling, kan het college één woning in de gemeente waar deze persoon regelmatig verblijft, eenmalig aanpassen. Dit gebeurt in het belang van de participatie van de inwoner. Het gaat hierbij om het toegankelijk maken van de entree, de woonkamer en het toilet. Omdat de inwoner maar af en toe in de woning verblijft, is alleen een beperkte aanpassing mogelijk.
Na een verzoek van een Wlz-cliënt moet het college onderzoek doen naar de noodzaak om van die bevoegdheid gebruik te maken. Uit het onderzoek kan naar voren komen dat de woningaanpassing nodig is voor de participatie van de inwoner, zodat hij/zij bijvoorbeeld de woning van zijn ouders kan bezoeken. De Wlz verstrekt hiervoor geen voorziening, dus de gemeente moet in dat geval beoordelen of de omstandigheden aanleiding zijn om een maatwerkvoorziening toe te kennen.
Logeerbaar maken woning
Als iemand doordeweeks in een Wlz-instelling woont, maar in de weekenden en tijdens vakanties bij zijn ouders verblijft, kan de woning van de ouders eenmalig logeerbaar worden gemaakt. Dit geldt ook bij co-ouderschap, waarbij een kind door beide ouders wordt opgevoed en de helft van de tijd bij de ene ouder en de andere helft van de tijd bij de andere ouder woont. Aanpassingen kunnen bestaan uit:
het toegankelijk maken van de woning;
het toegankelijk en bruikbaar maken van de slaapkamer, de douche en het toilet.
Vaak zijn er bij logeren thuis ook hulpmiddelen nodig. Zie hierover paragraaf 6.4.5.
Welke gemeente is verantwoordelijk?
De gemeente waar de Wlz-instelling staat, is verantwoordelijk voor het bezoekbaar / logeerbaar maken van een woning. De gemeente hoeft alleen personen te compenseren die daar hun hoofdverblijf hebben (zie ook par. 4.1). Iemand kan niet in meerdere gemeenten tegelijkertijd officieel woonplaats hebben. Meestal geldt dat een bewoner van een Wlz-instelling als woonplaats de gemeente heeft waarin de Wlz-instelling staat. Deze gemeente is dan verantwoordelijk voor het verstrekken van een maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.2
Hoofdverblijf, bezoekbaar en logeerbaar
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2024