**1..** Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt ten laste van de gemeente een toelage toegekend van het in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vermelde bedrag (thans € 1.240,07), voor de duur van de activiteiten van die commissie, met een maximum van drie maanden.
**2a..** Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van het in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vermelde bedrag (thans € 153,33).
**2b..** Als bijzondere commissie wordt aangemerkt:
De Auditcommissie (bestaande uit raadsleden dan wel fractievertegenwoordigers ingevolge de Verordening op de auditcommissie, 2020) voor de duur van de activiteiten van maximaal drie maanden
De Werkgeverscommissie (bestaande uit raadsleden ingevolge de Verordening op de werkgeverscommissie, 2020) voor de duur van de activiteiten van maximaal drie maanden
De Vertrouwenscommissie (bestaande uit raadsleden ingevolge de Verordening vertrouwenscommissie, 2018) voor de duur van de activiteiten van maximaal twee maanden
**3..** Bij tussentijdse wisselingen in lidmaatschap van een commissie in de zin van dit artikel wordt de vergoeding berekend naar rato van de duur van het lidmaatschap van de betreffende leden.
Artikel 2.
Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie
Onderdeel van Verordening rechtspositie raadsleden en fractievertegenwoordigers 2025