Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden

Onderdeel van Verordening rechtspositie raadsleden en fractievertegenwoordigers 2025

1.. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten; 2.. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3.. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4.. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed. 5.. Het raadslid dient de declaratie van de gemaakte reiskosten tweemaal per jaar in bij de griffie. In augustus voor gemaakte reiskosten over de maanden januari tot en met juli van dat jaar, en in januari voor de maanden augustus tot en met december van het jaar ervoor.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel