Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer de Aanvraag voldoet aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden, bepaalt de Gemeente (in overleg met de CPO) de exacte locatie van de aangevraagde Laadpaal op basis van de volgende criteria en voorkeuren. Deze criteria en voorkeuren b t/m k zijn ook richtinggevend voor de proactieve en strategische plaatsing. De Laadpaal wordt binnen de reële loopafstand van 300 meter van de Aanvraaglocatie van Aanvrager geplaatst, echter niet per se zo dicht mogelijk bij de Aanvraaglocatie, maar op een plaats die daarvoor volgens de Gemeente het meest geschikt is op basis van (onder meer) de volgende afwegingen; Plaatsing vindt plaats zodanig dat eventuele uitbreiding tot Laadpleinen mogelijk is en een paal zo min mogelijk solitair komt te staan; Plaatsing vindt plaats op de verkeerstechnisch meest gunstige wijze, rekening houdend met onder andere vluchtroutes, mindervalideparkeerplaatsen, opritten, toegangs- en vluchtwegen en gebouwtoegang, waarbij de goede doorgang voor andere verkeersdeelnemers (fiets, voetganger, rolstoel etc.) en van hulp- en verzorgingsdiensten, blijft gewaarborgd en er tevens voldoende ruimte is voor het parkeren en manoeuvreren van het Elektrisch voertuig; De exacte locatie van de Laadpaal en de wijze van uitvoering van de plaatsing worden bepaald op basis van de plaatsingscriteria die zijn vastgesteld in samenspraak met de CPO; De gemeente geeft, met name voor Laadpalen die overwegend gebruikt zullen worden door bezoekers (personen die niet wonen of werken in de Gemeente), de voorkeur aan de plaatsing op openbare parkeerplek buiten de vergunninghouders zone; Het niet hoeven te verwijderen van kwalitatief groen (waaronder bomen) prevaleert bij het plaatsen van de Laadpaal of het aanleggen van de bijbehorende parkeerplaatsen en de Laadpaal wordt niet onder de kruin van een boom geplaatst en op minimaal 2 meter van de stam van de boom (in verband met beschadiging wortels); Laadpalen worden waar mogelijk op een neutrale plek geplaatst (zoals een blinde muur en bij groenvoorzieningen). Voor de plaatsingsvoorkeur nabij gebouwen geldt de volgorde: blinde gevel, zijgevel, voorgevel. Er wordt terughoudend omgegaan met plaatsing van Laadpalen direct voor een raam of een deur van een woning; De plaatsing en gebruik van de Laadpaal levert geen hinder op voor gebruik en onderhoud van straatmeubilair; Bij de locatiebepaling kan tevens rekening worden gehouden met geplande of verwachte reconstructies of andere infrastructurele ontwikkelingen ter plaatse; Plaatsing is alleen mogelijk binnen de maximale afstand van 25 meter tussen de Laadpaal en het lage spanningsnet; Plaatsing vindt, tenslotte, plaats in afstemming met de netbeheerder en conform de afspraken met de CPO voor zover die hierboven nog niet zijn vermeld. 2.. Van bovenstaande criteria en voorkeuren kan worden afgeweken als de Aanvrager beschikt over een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. In dat geval zal worden beoordeeld in hoeverre het mogelijk en wenselijk is om de Laadpaal direct aan of zo dicht mogelijk bij deze invalidenparkeerplaats te plaatsen. Dat hangt onder meer af van voornoemde criteria, maar ook de technische en fysieke mogelijkheden ter plaatse (zoals de afstand tot het laagspanningsnet). Bovendien zal de CPO moeten instemmen met realisatie op de beoogde locatie. Als het mogelijk blijkt de Laadpaal te plaatsen naast de invalidenparkeerplaats, zal tevens (direct of later) een naastgelegen parkeerplaats moeten kunnen worden ingericht als openbare laadplaats zodat de Laadpaal optimaal kan worden gebruikt bij toename van de vraag. 3.. Indien en zodra de Laadpaal na plaatsing niet meer voldoet aan een of meer van de voornoemde criteria en voorkeuren of indien het verbruik van de Laadpaal gedurende een jaar minder is dan 2000 kWh kan de laadpaal worden verwijderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel