**1..** Het Stadsteam informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het onderzoek, zijn rechten en plichten en de vervolgprocedure. Bij het nemen van een besluit wordt een standaard schriftelijk document aangeleverd met alle informatie over de bezwaarprocedure. Het Stadsteam vraagt jeugdige en/of ouders/verzorgers wat zij willen bereiken of veranderen.
**2..** Een medewerker van het Stadsteam voert tijdens het onderzoek een gesprek met de jeugdige en/of ouders/verzorgers waarin de behoefte aan jeugdhulp in kaart wordt gebracht. De medewerker doet dit in:
Vertrouwen: het Stadsteam benadert de inwoners en maatschappelijke partners vanuit een positieve insteek, met waardering en zonder vooroordelen. Er is respect voor de ander. Daarbij hoort ook het vertrouwen dat de inwoner en haar/zijn netwerk zelf tot oplossingen (kunnen) komen.
Betrouwbaar: het Stadsteam komt afspraken na. Maatschappelijke partners/organisaties en de inwoner weten wat ze aan het Stadsteam hebben.
Resultaatgericht: het Stadsteam richt zich op resultaten en het vinden van duurzame oplossingen die ook op de lange termijn werken. Het Stadsteam doet wat nodig is en levert maatwerk
Respect: er is waardering voor de kwaliteiten, vaardigheden en/of prestaties van de ander. Vanuit gelijkwaardigheid en zonder vooroordeel wordt naar situaties gekeken. Er wordt naar elkaar om gekeken en we houden vandaar uit rekening met de ander.
**3..** De betrokkenen jeugdigen worden waar mogelijk gesproken, vanaf 12 jaar in ieder geval tenzij de jeugdige niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is. Onder de 12 jaar worden jeugdige gehoord tenzij dit niet mogelijk is of in strijd is met het belang van het kind.
**4..** Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, na ontvangst van de aanvraag of melding en voor zover nodig in het kader van de hulpvraag:
Welke gemeente verantwoordelijk is op grond van het woonplaatsbeginsel.
Of de jeugdige en/of ouders/verzorgers tot de doelgroep van de Jeugdwet behoort.
Of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, een licht verstandelijke beperking, psychische problemen en/of stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn.
Welke hulp naar aard en omvang nodig is om, rekening houdend met de leeftijd en ontwikkelingsniveau van de jeugdige, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.
In hoeverre de eigen mogelijkheden, eigen kracht en het probleemoplossend vermogen toereikend zijn.
Of de jeugdige en/of ouders/verzorgers aanspraak kan maken op voorliggende voorzieningen.
Of de jeugdige en/of ouders/verzorgers aanspraak kan maken op algemene voorzieningen.
De mogelijkheden om te kiezen voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb. De jeugdige of ouders/verzorgers dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Of specifieke deskundigheid is vereist, in dat geval zal een specifiek deskundig oordeel en advies worden opgevraagd.
Het beoogde resultaat van de in te zetten ondersteuning.
Indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen.
**5..** Als de jeugdige of ouders/verzorgers een gezinsplan hebben opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek.
**6..** Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb.
**7..** De resultaten van het onderzoek worden vastgelegd in een verslag.
**8..** De jeugdige en/of ouders/verzorgers verschaffen het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger tonen in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter vaststelling van de identiteit.
**9..** De gemeente hoeft alleen een voorziening voor jeugdhulp te treffen als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is.