**1..** Een individuele voorziening voor jeugdhulp wordt niet verstrekt als uit het onderzoek blijkt dat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen voorzien in of bijdrage aan het oplossen van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.
**2..** Bij het beoordelen van de eigen kracht heeft het college als uitgangspunt dat de ouders en andere verzorgers en opvoeders in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor het verzorgen en opvoeden van de jeugdige en het houden van toezicht. Zij doen alles wat binnen hun mogelijkheden past om ervoor te zorgen dat de jeugdige gezond en veilig kan opgroeien. Deze verantwoordelijkheid geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening of beperking heeft.
**3..** Om te bepalen wat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen oplossen, beoordeelt het college:
De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige;
De voor de jeugdige benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan;
De mogelijkheden, de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders/verzorgers;
De samenstelling van het gezin en de woonsituatie;
Het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen, waarbij geen financiële draagkrachtmeting wordt gedaan;
De mogelijkheden van het sociale netwerk om de jeugdige en ouders/verzorgers te ondersteunen;
Of er gebruik kan worden gemaakt van algemene voorzieningen of overige voorzieningen. Daarnaast wordt onderzocht of een beroep kan worden gedaan op een voorliggende wettelijke voorziening. Denk hierbij aan hulp of zorg vanuit de Wmo 2015, de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg of via onderwijswetgeving. Als er sprake is van zorg op grond van de Zorgverzekeringswet wordt ook onderzocht of een beroep kan worden gedaan op een aanvullende verzekering.
Overige relevante omstandigheden van de jeugdige en ouders/verzorgers die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de benodigde hulp zelf te bieden.
**4..** Voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen wordt geacht aanwezig te zijn, in de volgende situaties:
De hulpvraag, behoort tot de opvoedingsopgaven en/of normale uitdagingen zoals omschreven door het Nederlands Jeugdinstituut in de uitgave ‘Opgroeien en opvoeden’ en waarvan het overzicht is opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening;
De hulpvraag een periode van minder dan zes maanden bedraagt, behandeling hiervan uitgezonderd;
Als de oorzaak van de hulpvraag is gelegen in problematiek bij de ouder, bijv. vanwege een lichamelijke beperkingen of psychische problematiek, dan hoort de ondersteuning onder de Wmo, ook als de jeugdige een handicap heeft. De hulp gericht op de jeugdige is wel jeugdhulp.
**5..** Van ouders wordt verwacht de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen te versterken door:
Oorzaken van overbelasting waar mogelijk weg te nemen;
Het belang van hun kind voor het belang van de (werk)carrière te stellen.
Zorgverlof en andere soorten verlof in te zetten;
Werktijden aan te passen;
Gebruik te maken van de opvangmogelijkheden van de Wet kinderopvang, zowel voor de jeugdige met een hulpvraag als voor eventueel andere kinderen;
Het netwerk in te zetten en te werken aan het vergroten van het netwerk;
De jeugdige voltijds onderwijs te laten volgen;
De eigen problematiek te verminderen, door het inzetten van o.a. de Zorgverzekeringswet voor behandeling, het verminderen van scheidingsproblematiek e.d.
**6..** Van het niet aanwezig zijn van voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen wordt geacht aanwezig te zijn, in de volgende situaties:
Als uit een sociaal medisch advies blijkt dat de ouders (dreigend) overbelast zijn;
Er voor een jeugdige van vijf jaar en ouder 24 uur per dag toezicht nodig is ter voorkoming van ernstig nadeel;
Artikel 7.
Afwegingskader eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Oudewater 2025