Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8.

Criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning De Bilt 2025

1.. Het college neemt het verslag als bedoeld in artikel 5 als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2.. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; op eigen financiële kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit het sociale netwerk; met algemeen gebruikelijke voorzieningen; of met algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 3 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van een cliënt met psychische of psychosociale problemen en een cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; op eigen financiële kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; met algemeen gebruikelijke voorzieningen; of met algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 3 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 3.. Een cliënt komt alleen in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening voor zover: hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en het een van de volgende voorzieningen betreft: de kosten voor verhuizen en herinrichting; de kosten voor een woningaanpassing; de kosten voor een vervoerskostenvergoeding daar waar het collectief vervoer geen passende oplossing biedt; of een sportrolstoel. 4.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. 5.. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. 6.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; of als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 7.. Het college kan een maatwerkvoorziening weigeren als de melding en/of aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan het besluit over de maatwerkvoorziening heeft gemaakt, tenzij de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; of het college schriftelijk toestemming heeft verleend. Indien het college de maatwerkvoorziening besluit te verstrekken, dan wordt de hoogte van de vergoeding gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening, ook wanneer de cliënt een duurdere voorziening heeft aangeschaft. 8.. Het college verstrekt rolstoelen en vervoersvoorzieningen uit het, met de leverancier hulpmiddelen vastgestelde, kernassortiment. Alleen wanneer het kernassortiment niet voorziet in een hulpmiddel dat bijdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt kan afgeweken worden van het kernassortiment. Voor scootmobielen geldt nadrukkelijk dat snelheid en actieradius geen reden zijn om af te wijken van het kernassortiment.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel