Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning De Bilt 2025

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan waarin in ieder geval uiteen is gezet: welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; wordt berekend op basis van een prijs of tarief: waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken; waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken; waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het derde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, en wordt vastgesteld voor; een dienst door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het laagste toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; een dienst door een daartoe opgeleid persoon die als zelfstandige zonder personeel (ZZP-er) de diensten verricht; op basis van 85% van het laagste toepasselijke tarief per uur dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen passende dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren. 3.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarde betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1°, bedraagt voor maatschappelijke ondersteuning verleend door een derde, niet zijnde op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015: voor huishoudelijke hulp is het tarief gelijk aan het uurloon van de hoogste periode behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingstehuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren; voor individuele begeleiding is het tarief gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren; kortdurend verblijf maximaal € 59,00 per etmaal; 4.. De tarieven bedoeld in lid 3 onder a, b en c blijven gelijk tijdens de hele periode waarover de beschikking wordt afgegeven. 5.. Het tarief in lid 3 onder c kan door het college geïndexeerd worden op dezelfde wijze als de tarieven voor zorg in natura. 6.. Budgethouders, tussenpersonen, budgetbeheerder, vertegenwoordiger of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald. 7.. Het college kan de pgb-administratie tot 5 jaar na verstrekking opvragen bij de budgethouder. Pgb-administratie bestaat tenminste uit: communicatie en facturen van: gemeente, SVB, CAK en zorgverleners; persoonlijk plan; zorgmomentenoverzicht; budgetplan. 8.. Een individuele zorgverlener die werknemer of opdrachtnemer is van de budgethouder en die plotseling zonder werk komt door de beëindiging van een zorgovereenkomst kan een eenmalige uitkering ontvangen ná overlijden van de cliënt. Hierbij geldt dat na het overlijden wordt gekeken naar de betalingen aan de individuele zorgverlener in de drie maanden voorafgaand aan het overlijden. Die uitbetalingen worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door drie. Dit bedrag wordt uitgekeerd aan de zorgverlener; het bedrag wordt uitbetaald vanuit het reguliere budget. Als er onvoldoende budget is, wordt er niet uitbetaald; en de eenmalige uitkering ná overlijden van de cliënt is niet bedoeld voor zorginstellingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel