Algemene bepalingen en beperkingen
Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
- - Vergunningverlening
- - Onder het nemen van besluiten op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andere beschikking wordt ook het weigeren, wijzigen of intrekken verstaan.
- - Het nemen van besluiten als bedoeld onder 1 omvat tevens de bevoegdheid tot het heffen en innen van leges.
- - Subsidieverstrekking
- - Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken, het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies.
Ondermandatenregister
| Nr. | Betreffend onderdeel van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam | Omschrijving bevoegdheid | Grondslag genoemd in het Algemeen mandaat-besluit Amsterdam | Bevoegd bestuurs-orgaan | Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam | Ondermandaat/ ondervolmacht/ ondermachtiging verleend aan |
| 2. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 8, en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 8, onder 1 | Het bepalen dat een parkeervergunning geldig is in een parkeergarage en hieromtrent nadere regels stellen in de zin van artikel 1.2 lid 2 van de verordening in verbinding met artikel 2.5 van de nadere | Artikel 2.5, nadere regels | College | ||
| 3. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 8, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 8, onder 2 en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a | Het beslissen in eerste aanleg op alle aanvragen, wijzigings- en intrekkingsverzoeken voor parkeervergunningen, alsmede het ambtshalve beslissen tot intrekken van parkeervergunningen op basis van de verordening | verordening | College | Afdelingsmanager Straatparkeren | |
| 4. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 8 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 8, onder 3 | Het op grond van artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht en artikel 142 Wetboek van Strafvordering aanwijzen als buitengewoon opsporingsambtenaar van medewerkers van de parkeerdienstverlener die door de gemeente is geselecteerd die werkzaamheden verrichten inzake de heffing en invordering van parkeerbelastingen, voor zover dit uit hun arbeidsovereenkomst blijkt of als zij de functie vervullen van teamleider parkeercontroleur of parkeercontroleur-A. | Artikel 5:11 Awb Artikel 142 Wetboek van Strafvordering | College | ||
| 5. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 8, in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 8, onder 4 en in samenhang met de derde alinea van artikel 6 van de artikelsgewijze toelichting | Het door de directeur Parkeren in de hoedanigheid als aangewezen heffingsambtenaar voor parkeerbelastingen, verlenen van ondermandaat aan medewerkers werkzaam bij de parkeerdienstverlener die door de gemeente is geselecteerd om overeenkomstig artikel 231, lid 2, onderdelen b en c van de Gemeentewet, de daaruit voortvloeiende of daarmee samenhangende rechtshandelingen te verrichten als ambtenaar belast met de heffing en invordering van parkeerbelastingen voor de gemeente Amsterdam. | Artikel 231, tweede lid, onder b en c van de Gemeentewet, in samenhang met artikel 1, tweede lid, Ambtenarenwet 2017 en in samenhang met artikel 2, onder b van het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017 | College | Aan de medewerkers werkzaam bij of in opdracht van de parkeerdienstverlener met de volgende functies1Het ondermandaat van de medewerkers bij of in opdracht van de parkeerdienstverlener is verbonden aan de volgende voorwaarden. A. Verder doormandatering van de bevoegdheden die vallen onder 5 is niet toegestaan. B. Het mandaat vervalt van rechtswege bij expiratie van de overeenkomsten tussen de gemeente Amsterdam en de parkeerdienstverlener.: Manager Handhaving Teamcoach Handhaving (Fiscale) Handhaver Manager Bezwaren Medewerker Bezwaren Medewerker Administratie en Scanstraat Medewerker Bezwaarschriftencommissie Medewerker Administratie Bezwaarschriftencommissie Senior medewerker Bezwaarschriftencommissie Manager Vergunningen Medewerker Vergunningen Medewerker Rechtmatigheid Medewerker Parkeergelden Medewerker Financiële Administratie Buitengewoon opsporingsambtenaar Manager Klant Contact Center Senior Medewerker Klant Contact Center Medewerker Klant Contact Center | |
| 6. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11, in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder a en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a | Het op grond van artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeidsovereenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeidsovereenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan op grond van artikel 160 van de Gemeentewet en de daarmee verband houdende rechtshandelingen. | Artikel 160, eerste lid, onder d van de Gemeentewet, in samenhang met artikel 669 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en in samenhang met artikel 671b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek | College | Met uitzondering van hetgeen is opgenomen in bijlage 1, hoofdstuk 1, onder 2, sub a, toevoegingen a tot en met d | Afdelingsmanager Straatparkeren Afdelingsmanager Fiets en Garage |
| 7. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 en in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder b | het besluiten tot het aangaan van een beëindigingsovereenkomst in de zin van artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en titel 15 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto. | Artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en in samenhang met titel 15 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek | College | Beperkt tot € 75.000,-. | |
| 8. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 en in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder c | rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is | College | |||
| 9. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 en in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder d | in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in artikel 1.7 van de Cao Gemeenten en artikel 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto. | Artikel 1.7 van de Cao Gemeenten en in samenhang met artikel 0.5 van de Cao Amsterdam | College | Zover het hiermee gemoeide bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto. | |
| 10. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11, in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 3 en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a | Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen op grond van de Gemeentewet | Artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet en in samenhang met de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023 | College | op voorwaarde dat: zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn; zij geen betrekking hebben op: de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon; het lenen of uitlenen van geld; borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in het randnummer 2 van dit hoofdstuk; en de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie 10 Wegen naar een innovatiever aanbestedingsbeleid en een professioneler opdrachtgeverschap’, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid. En met in achtneming van de bepalingen uit de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023. | Afdelingsmanager Straatparkeren tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie. Afdelingsmanager Fiets en Garage tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie. Teammanager afdeling Fiets en Garage tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie. Contractmanager Parkeren tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie. Assetmanager Automaten tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie. |
| 11. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 2 | De bevoegdheden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming: die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, artikelen 12 tot en met 23; die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene in de zin van artikel 34 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming; die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens in de zin van artikel 36 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. | Algemene Verordening Gegevensbescherming | College | ||
| 12. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 5 | De bevoegdheden als bedoeld in de bijlage 1 tot en met 3 van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam behelzen tevens de bevoegdheid om te beslissen op bezwaar. | verordening Algemene wet bestuursrecht | College | Tenzij: het gaat om mandaat voor het nemen van primaire rechtspositionele besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht die zijn genomen en bekendgemaakt vóór 1 januari 2020, of die bevoegdheid in bijlage 2 en 3 is uitgezonderd, en met inachtneming van de beperkingen uit de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester), en voor zover deze behoren tot het werkterrein van de directie. | |
| 13. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder a | Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit, behalve beslaglegging, als bedoeld in artikel 160, derde lid, van de Gemeentewet | Gemeentewet | College | ||
| 14. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder b en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a | Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld, als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht | verordening Algemene wet bestuursrecht | College | Afdelingsmanager Straatparkeren | |
| 15. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder c | Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, als bedoeld in artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht | verordening Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 16. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder d | Het kennis geven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag, als bedoeld in artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht | College | |||
| 17. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder e en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a | In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen, als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | Afdelingsmanager Straatparkeren | |
| 18. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder f | Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld), als bedoeld in artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 19. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder g | Het nemen van beslissingen inzake verrekening, als bedoeld in artikel 4:93 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 20. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder h | Het verlenen van uitstel van betaling, als bedoeld in artikel 4:94 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 21. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder i | Het verlenen van voorschotten, als bedoeld in artikel 4:95 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 22. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder j | Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot, als bedoeld in artikel 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 23. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder k | Het bij beschikking vaststellen van de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 4:99 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 24. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder l | Het geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtschelding | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 25. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder m | Het aanmanen van de schuldenaar die in verzuim is, als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 26. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder n | Het uitvaardigen van een dwangbevel om de betaling van een geldsom af te dwingen, als bedoeld in de artikelen 4:114 en 4:115 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 27. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder o | Het beslissen tot het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van dwangbevelen | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 28. | Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder p | Het aanwijzen van toezichthouders, als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht, en het afgeven van legitimatiebewijzen, als bedoeld in artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | ||
| 29. | Artikel 5, tweede lid, en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder q | Het behandelen en afdoen van klachten met inachtneming van titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht | Algemene wet bestuursrecht | College | Afdelingsmanager Straatparkeren Afdelingsmanager Fiets en Garage | |
| 30. | Artikel 5, tweede lid, en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder r | Het beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met betrekking tot publieke informatie, als bedoeld in hoofdstuk 4 Wet open overheid | Wet open overheid | College | Afdelingsmanager Straatparkeren Afdelingsmanager Fiets en Garage | |
| 31. | Artikel 5, tweede lid, en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder s | Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie, als bedoeld in artikel 3.3 van de Wet open overheid | Wet open overheid | College | Afdelingsmanager Straatparkeren Afdelingsmanager Fiets en Garage | |
| Nr. | Betreffend onderdeel van het Benoemings- en aanwijzingsbesluit heffing en invordering gemeentelijke belastingen Amsterdam 2025 | Omschrijving bevoegdheid | Grondslag genoemd in het Algemeen mandaat-besluit Amsterdam | Bevoegd bestuurs-orgaan | Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam | Ondermandaat/ ondervolmacht/ ondermachtiging verleend aan |
| 32. | Artikel 2, tiende gedachtestreepje | Heffen en invorderen parkeerbelasting, waaronder begrepen het handelen in bezwaar en beroep | Gemeentewet | College | Afdelingsmanager Fiets en Garage Afdelingsmanager Straatparkeren | |