1.. Het auditcomité bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen raadsleden of fractievertegenwoordigers.

2.. De raad bevordert bij de samenstelling van het auditcomité een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde fracties.

3.. De (tussentijdse) benoeming geschiedt voor de zittingsperiode, gelijk aan die van de leden van de zittende raad.

4.. Het lidmaatschap van het auditcomité vervalt door het verlies van hoedanigheid van raadslid of fractievertegenwoordigers door ontslagname, of door een met redenen omkleed besluit van de raad.

5.. Als het vierde lid zich voordoet, wordt in de tussentijds in het auditcomité opengevallen plaats(en), zo spoedig mogelijk voorzien.

6.. Leden van het auditcomité worden bij afwezigheid niet vervangen.