1. Om voor de uitbetaling van een incidentele loonkostensubsidie in aanmerking te komen dient de werkgever de volgende stukken te overleggen:

a. een door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst;

b. een door de werkgever ondertekende verklaring de-minimissteun;

c. loonstroken waaruit de daadwerkelijke loonbetaling volgens de arbeidsover-eenkomst blijkt.

2. De werkgever dient de bewijsstukken genoemd onder het eerste lid van dit artikel in te dienen:

a. uiterlijk drie maanden na voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

b. uiterlijk drie maanden na afloop van de arbeidsovereenkomst indien dit een contract is voor minder dan twaalf maanden;

c. uiterlijk vijftien maanden na de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst indien dit een contract is voor minimaal twaalf maanden dan wel een contract voor onbepaalde tijd.