1. Voor zover de voorzieningen zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van de verordening niet voldoen aan de specifieke vereisten van de noodzakelijke ondersteuning van een individueel persoon, kan een vergoeding voor een andere noodzakelijk geachte re-integratievoorziening worden verstrekt.

2. De voorziening moet noodzakelijk zijn om instroom in algemeen geaccepteerde ar-beid te kunnen realiseren.

3. De voorziening moet aansluiten op de mogelijkheden van de persoon.

4. De hoogte van de vergoeding bedraagt maximaal € 1.500,00 en is afhankelijk van de daadwerkelijk noodzakelijk geachte kosten.