**1..** De tijdelijke woning wordt minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd;
**2..** De goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen;
**3..** De bouwhoogte mag niet meer dan 7,5 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw;
**4..** De dakhelling mag niet meer dan 60° bedragen;
**5..** De gezamenlijke van de bijbehorende bouwwerken bij de hoofdwoning inclusief de oppervlakte van de tijdelijke woning bedraagt maximaal:
100 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte tot 750 m2;
125 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 750 m2 tot 1.000 m2;
150 m2 bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 1.000 m2 tot 1.500 m2;
175 m2 bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 1.500 m2 tot 2.000 m2;
200 m2 bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 2.000 m2 en groter;
met dien verstande dat:
ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd en tevens minimaal 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf, dat voor de voorgevel of het verlengde daarvan is gelegen, onbebouwd blijft;
**6..** De afstand tussen het hoofdgebouw en de tijdelijke woning bedraagt maximaal 30 meter.
Artikel 5
Aanvullende voorwaarden object voor percelen gelegen binnen de bebouwde kom
Onderdeel van Beleidsregel voor tijdelijke woningen op particuliere erven