[Jeugdwet, Wmo]

1.. Het doel van de melding is om de hulpvraag te bespreken en te onderzoeken of er hulp nodig is. De gemeente spreekt met de inwoner af, waar en wanneer een gesprek met een medewerker van de gemeente plaats vindt. De gemeente geeft aan waarover het gesprek gaat en welke gegevens de inwoner beschikbaar moet hebben. Het gesprek kan bij de inwoner thuis zijn, als dit belangrijk is voor de hulpvraag, maar kan ook telefonisch of via beeldbellen plaatsvinden.

2.. De inwoner met een lichamelijke beperking kan ook direct na de melding aangemeld worden voor een gesprek met een deskundige. In het kader van herstelgerichte ondersteuning heeft de gemeente afspraken gemaakt met meerdere fysiotherapiepraktijken. In de fysiotherapiepraktijk vindt een intakegesprek plaats met een fysieke meting door een fysiotherapeut. Er volgt een deskundig advies.

3.. De gemeente informeert de inwoner over de gratis hulp die een cliëntondersteuner kan geven.

4.. De inwoner kan zelf een plan opstellen waarin de inwoner uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is. In dat plan geeft de inwoner ook aan wat te willen bereiken met de vraag (dat plan heet een persoonlijk plan of een familiegroepsplan). De gemeente informeert de inwoner over die mogelijkheid. De inwoner krijgt de gelegenheid om na de melding binnen 7 dagen een persoonlijk plan in te leveren bij Voormekaar. De termijn van 7 dagen geldt niet voor jeugdhulp.

5.. Het kan zijn dat het niet nodig is om verder in gesprek te gaan. De gemeente overlegt hierover met de inwoner die de hulpvraag heeft gesteld.