[Jeugdwet]

1.. Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jongere van en naar de jeugdhulpaanbieder.

2.. Een vervoersvoorziening wordt alleen toegekend als naar het oordeel van de gemeente is aangetoond dat er een noodzaak bestaat tot inzet van vervoer;

3.. De gemeente beschouwt een aantal keer per week zelf rijden in ieder geval als behorend tot de eigen mogelijkheden. De gemeente kan nadere regels vaststellen ter uitvoering hiervan.

4.. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jongere voor het vervoer van de jongere naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt.

5.. De gemeente beoordeelt in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden van de jongere of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor vervoer op zich te nemen.

6.. Als naar het oordeel van de gemeente een passende voorziening beschikbaar is waardoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend.