Inwoners kunnen een vordering niet altijd direct betalen. De inwoner kan uitstel van betaling krijgen als de inwoner de vordering niet binnen de betalingstermijn kan betalen. De inwoner kan dan een betalingsvoorstel doen om de vordering in maandelijkse bedragen af te lossen. Als het college daarmee instemt, dan wordt een betalingsregeling getroffen met de inwoner en hoeft de inwoner de vordering niet in één keer af te lossen. Indien, naar oordeel van het college, sprake is van bijzondere omstandigheden dan kan de rente tijdens de uitstelperiode op 0% worden gesteld.
Uitzondering 1:
Het college geeft geen uitstel van betaling als de vordering kan worden betaald uit de opbrengst van bezittingen die de inwoner bij het college in pand heeft gegeven of waarop een hypotheekrecht is gevestigd ten gunste van het college. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij algemene bijstand waarbij een (krediet)hypotheek is gevestigd op de eigen woning van de inwoner om de terugbetaling van de bijstand te verzekeren. Ook kan dit aan de orde zijn als de inwoner bedrijfskapitaal van het college heeft gekregen en de inwoner hypotheek heeft gevestigd op onroerend goed zoals het bedrijfspand, ten gunste van het college.
Uitzondering 2:
Het college geeft ook geen uitstel van betaling als de inwoner vermogen heeft waarmee de vordering kan worden afgelost. Het college gaat ervan uit dat de inwoner al het vermogen boven de vermogensgrens uit de Participatiewet kan benutten voor aflossing.
Als het college de inwoner uitstel van betaling geeft, moet de inwoner zich houden aan enkele verplichtingen:
correcte maandelijkse aflossing voorafgaande aan het verzoek tot uitstel;
geen andere schulden maken.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Uitstel van betaling
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering van bijstand, bedrijfskapitaal, een IOAW- en een IOAZ-uitkering Assen 2025