Naar hoofdinhoud
Artikel 3.5.1 Het bepaalde in dit artikel is van toepassing op overeenkomsten en beschikkingen tussen de gemeente en zorgpartijen en op beschikkingen van de gemeente waarbij een zorgpartij belanghebbende is, voor zover die overeenkomsten en beschikkingen zien op het door de zorgpartij of een door haar in te schakelen partij, die diensten verrichten of activiteiten uitvoeren op een van de volgende gebieden: Hulp bij het huishouden; ambulante WMO/dagbesteding (met inbegrip van dagbesteding ouderen); jeugd GGZ; een inburgeringsvoorziening of taalvoorziening. Artikel 3.5.2 De gemeente kan in een door haar te sluiten overeenkomst als bedoeld in artikel 5 van de Wet een beding opnemen, op grond waarvan zij de overeenkomst kan wijzigen of ontbinden indien uit een Bibob onderzoek blijkt dat: de mogelijkheid bestaat dat de partij met wie de gemeente de overeenkomst sluit, of een door haar in te schakelen partij, wordt gefinancierd met uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen op geld waardeerbare voordelen, en/of; sprake is van gevaar of een mindere mate van gevaar dat de partij met wie de gemeente de overeenkomst sluit of een door haar in te schakelen partij bij de uitvoering van de met de overeenkomst gegunde opdracht, strafbare feiten zal plegen. Artikel 3.5.3 Voordat de gemeente een beslissing neemt inzake de gunning van een overheidsopdracht aan een zorgpartij of het met een zorgpartij sluiten van de met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst, voert de gemeente een Bibob onderzoek uit. Artikel 3.5.4 De gemeente voert een Bibob onderzoek uit bij de beslissing op een door een zorgpartij ingediende aanvraag voor een subsidie, voor zover de gemeente ten aanzien van die beschikking de bij of krachtens wettelijk voorschrift de in artikel 6 van de Wet Bibob bedoelde bevoegdheid tot weigering heeft gekregen. Artikel 3.5.5 In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden kan de gemeente besluiten geen Bibob onderzoek in te stellen bij de voorbereiding van beslissingen op maatwerkovereenkomsten tot 25 overeenkomsten per uitvoerder van de in artikel 3.5.1 genoemde diensten en activiteiten. Artikel 3.5.6. Het hiervoor benoemde is niet van toepassing op overeenkomsten die worden afgesloten door gemeenschappelijke regelingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel