Naar hoofdinhoud
De Wet is een ultimum remedium. Dat betekent dat de Bibob gronden een aanvulling vormen op de reeds bestaande mogelijkheden om een beschikking, subsidie, gunning of transactie te weigeren, in te trekken en/of niet aan te gaan. Het bevoegd gezag zal, op basis van het subsidiariteitsbeginsel, echter altijd eerst de bestaande weigerings- en intrekkingsgronden onderzoeken, en zo nodig, toepassen. Artikel 4.1.1 In de in deze beleidsregel bepaalde gevallen zal betrokkene, naast de gebruikelijke aanvraagformulieren, de Bibob-vragenformulieren dienen in te vullen en in te leveren bij het bestuursorgaan. Daarbij dienen ook de documenten te worden gevoegd, die in deze vragenformulieren zijn vermeld en/of bij de uitreiking van de formulieren door of namens het bestuursorgaan zijn genoemd. De Bibob vragenformulieren bevatten in elk geval de in artikel 7a van de Wet genoemde vragen en daarnaast aanvullende vragen, die het bestuursorgaan zo goed mogelijk in staat stellen om het eigen onderzoek te kunnen verrichten. Artikel 4.1.2 In geval de aanvraag betrekking heeft op een nieuwe beschikking, maken de Bibob vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag hiervoor. Artikel 4.1.3 Alvorens het eigen onderzoek naar het zich voordoen van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 3 van de Wet wordt gestart, zal een aanvraag eerst beoordeeld worden conform de bepalingen van de Awb en de reguliere weigeringsgronden vanuit de onderliggende regelgeving van de desbetreffende vergunning. Artikel 4.1.4 bij de uitvoering van het eigen onderzoek kan de informatiepositie van bestuursorganen versterkt worden vanuit het RIEC. Ook kan de gemeente desgewenst gebruik maken van de expertise van het RIEC.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel