De afschrijving als bedoeld in artikel 23, lid 2, van de verordening vindt plaats op gelijkmatige termijnen op basis van economische levensduur van de voorziening.
- - De afschrijftermijn voor hulpmiddelen voor volwassenen wordt vastgesteld op 7 jaar;
- - De afschrijftermijn voor kindervoorzieningen wordt vastgesteld op 5 jaar;
- - De afschrijftermijn van een traplift worden vastgesteld op 10 jaar.
- - Voor zaken die niet vallen onder lid 1 tot en met 3 van dit artikel wordt aangesloten bij de economische levensduur van die zaak.