Nederland maakt een omschakeling naar duurzame energie. Dit heeft grote invloed op de energievoorziening in alle sectoren. In de Regionale Energiestrategie (RES) wordt gewerkt aan een regionale visie op de realisatie hiervan en de benutting van regionale bronnen en inpassing van opwekkingstechnieken als windturbines en zonneparken. In de Transitievisie Warmte wordt dit vertaald naar de lokale situatie, waarin per buurt of wijk een voorkeursalternatief voor aardgas wordt vastgesteld en een eerste routekaart wordt geschetst hoe de gemeente van het aardgas af gaat. Hierin wordt rekening gehouden met alle relevante ontwikkelingen, zoals de toepassing van all-electric warmtepompen, of hybridesystemen in combinatie met (in de toekomst) groengas of waterstof als brandstof voor verwarming van woningen en gebouwen.
Een belangrijke maatregel om dit bij nieuwbouw te realiseren, is de Wet Voortgang EnergieTransitie. Per 1 juli 2018 is deze wet in werking getreden, waarin is opgenomen dat alle nieuwbouw aardgasvrij moet worden gerealiseerd. Aanvullend daarop worden de eisen ten aanzien van energiezuinigheid verder aangescherpt. Per 1 januari 2021 zal alle nieuwbouw bijna-energieneutraal gebouwd moeten worden (BENG = bijna energieneutraal gebouw). Hiervoor zijn normen geformuleerd ten aanzien van:
de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar;
het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar;
het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Kader
Onderdeel van Handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen gemeente Molenlanden 2025