1.. Bij een toekenning voor aangepast vervoer is naast het woonadres tevens één extra langdurige opstap- of afzetplaats op een ander adres toegestaan (bijvoorbeeld buitenschoolse opvanglocatie of grootouders). Voorwaarde is dat dit afwijkende adres binnen een straal van 500 meter van de woning of school ligt en in dezelfde gemeente als het woonadres, en voor tenminste drie maanden. De mogelijkheid bestaat ook om een kind af te zetten bij de buitenschoolse opvang binnen de gemeente Beek.

2.. Ouders kunnen ervoor kiezen om alle ritten structureel vanuit een afwijkend adres, anders dan het woonadres, plaats te laten vinden. Hierbij geldt dat dit afwijkende adres binnen dezelfde gemeente moet zijn. Het woonadres van de leerling blijft echter leidend voor het bepalen van de aanspraak op aangepast vervoer.

3.. Bij de toekenning wordt het vervoersschema vastgelegd in het besluit en uitgezet bij de vervoerder. Het is niet mogelijk om af te wijken van het vervoersschema zonder goedkeuring van het college.

4.. Het vervoersschema kan uitsluitend worden veranderd als sprake is van een structurele wijziging. Een structurele wijziging houdt in dat deze tenminste drie maanden duurt.

5.. Kortdurende wijzigingen die van invloed zijn op de organisatie van het aangepaste vervoer moeten tijdig door de ouders worden gemeld bij de vervoerder zonder tussenkomst van de gemeente.

7.. De ouder moet er voor zorgen dat iemand thuis is voor de warme overdracht van de leerling na terugkeer uit school.

8.. Indien de vervoerder noodgedwongen moet uitwijken naar een noodopvanglocatie als bij terugkeer uit school niemand thuis is, ook niet na herhaaldelijke pogingen, kan het college de kosten van vervoer en noodopvang bij de ouders in rekening brengen.