Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

De verwerking van persoonsgegevens in verband met de PGA

Onderdeel van Privacyreglement Lokale Persoonsgerichte aanpak voor jeugd en volwassenen

1.. Indien de Procesregisseur Zorg en Veiligheid op basis van de beoordeling en het onderzoek zoals bedoeld in artikel 7 lid 2 meent dat een lokale persoonsgerichte aanpak noodzakelijk is, stelt diegene deze vast samen met de betrokken partners, waaronder een vertegenwoordiger van het lokale team voor zover jeugdhulp en/of maatschappelijke ondersteuning deel uitmaken van de persoonsgerichte aanpak. Bij het vaststellen en uitvoeren van de persoonsgerichte aanpak verstrekken de leveranciers de daarvoor noodzakelijke persoonsgegevens aan de procesregisseur Zorg en Veiligheid, die deze persoonsgegevens conform de aanwijzingen van de partner verwerkt en met inachtneming van de op de partners van toepassing zijnde privacyregels. 2.. De leveranciers dragen er bij de verwerking van persoonsgegevens in verband met de persoonsgerichte aanpak zorg voor dat zij de persoonsgegevens die zij verstrekken, aan niet meer partners verstrekken dan noodzakelijk is voor het doel zoals beschreven in artikel 2 lid 1. 3.. Indien de Raad voor de Kinderbescherming in verband met een onderzoek naar de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel beschikt over persoonsgegevens van een minderjarige inwoner, verstrekt de Raad persoonsgegevens waarover de Raad beschikt voor zover noodzakelijk voor de probleemanalyse en de vaststelling en uitvoering van de lokale persoonsgerichte aanpak voor deze inwoner. Indien de Raad beschikt over persoonsgegevens van een minderjarig kind van een inwoner, verstrekt de Raad persoonsgegevens van deze minderjarige voor zover de persoonsgerichte lokale aanpak zich ook richt op de bescherming en veiligheid van dit minderjarige kind en/of andere minderjarige kinderen van de inwoner én voor zover deze verstrekking noodzakelijk is voor deze bescherming en veiligheid. 4.. De Procesregisseur Zorg en Veiligheid legt de persoonsgerichte aanpak vast in het PGA-bestand zoals bedoeld in artikel 12 lid 1. Deze persoonsgerichte aanpak bestaat uit: probleemanalyse zoveel mogelijk op het niveau van ‘dat-informatie’, aanduiding van de beoogde doelen op de verschillende leefgebieden en de interventies die daartoe deel uit maken van de persoonsgerichte aanpak, de namen van de partners die deze aanpak zullen uitvoeren en de termijnen waarbinnen dit zal gebeuren. 5.. Indien het voor het vaststellen of uitvoeren van een persoonsgerichte aanpak noodzakelijk is en de relevante wettelijke regeling dit toestaat, kunnen persoonsgegevens worden verstrekt aan een agendadeelnemer. Onverminderd verplichtingen voortvloeiend uit de verwerkingsverantwoordelijkheid van de leverancier, ziet de procesregisseur Zorg en Veiligheid er namens de leverancier op toe dat aan een agendadeelnemer niet meer gegevens worden verstrekt dan noodzakelijk is voor diens aandeel in het vaststellen of uitvoeren van de persoonsgerichte aanpak. 6.. Als de procesregisseur Zorg en Veiligheid tot het oordeel komt dat ondersteuning door het lokale team (WMO, Zorgdat, CJG of Stimenz) in het kader van de persoonsgerichte aanpak van het gedrag gewenst of noodzakelijk is, dan verwijst de procesregisseur de aanmelder naar een van deze partijen. Voor aanmelding is het noodzakelijk dat de aanmelder afstemming en toestemming heeft van de persoon die wordt aangemeld voro ondersteuning/hulpverlening. 7.. De procesregisseur Zorg en Veiligheid draagt er in overleg met de aanmelder zorg voor dat: de inwoner in het eerste contact dat zo spoedig mogelijk plaats vindt, schriftelijk en zo mogelijk ook mondeling wordt geïnformeerd over de aanleiding voor de persoonsgerichte aanpak, het proces en de inhoud van deze aanpak en de verwerking van diens persoonsgegevens in dat verband, alsmede over de rechten die diegene kan uitoefenen. Het informeren van de inwoner over de verwerking van diens persoonsgegevens en de rechten die diegene in verband hiermee kan uitoefenen geschiedt conform het bepaalde in artikel 14 van de AVG. Alleen in verband met de omstandigheden en belangen genoemd in lid 5 van artikel 14 AVG en artikel 41 Uitvoeringswet AVG kan van deze informatieplicht worden afgezien; er geen persoonsgerichte aanpak wordt vastgesteld voordat de procesregisseur Zorg en Veiligheid of een partner met de inwoner heeft gesproken over de noodzaak van een persoonsgerichte aanpak én diegene uitdrukkelijk heeft gevraagd naar diens visie op de oorzaken van het gedrag dat aanleiding vormt voor de aanpak en op de wijze waarop dit gedrag zou kunnen worden aangepakt. van de contacten met de inwoner een aantekening wordt gemaakt in het PGA-bestand. 8.. Indien een inwoner voor wie een persoonsgerichte aanpak is vastgesteld, in verband met een aanhouding wordt besproken in het kader van de ZSM werkwijze van de strafrechtelijke ketenpartners, worden de ZSM partners in verband met een betekenisvolle afdoening geïnformeerd over de lokale persoonsgerichte aanpak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel