Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

De verwerking van persoonsgegevens i.v.m. de aanmelding van een inwoner

Onderdeel van Privacyreglement Lokale Persoonsgerichte aanpak voor jeugd en volwassenen

1.. Partners kunnen een inwoner zoals beschreven in artikel 2 lid 2 aanmelden bij de procesregisseur Zorg en Veiligheid. Zij verstrekken daarbij de voor de aanmelding noodzakelijke persoonsgegevens van de inwoner waarover zij beschikken en waaruit blijkt dat een persoonsgerichte aanpak noodzakelijk is, voor zover de voor hen van toepassing zijnde wet- en regelgeving hen dat toestaat. Voorwaarde voor deze aanmelding is dat de partner de inwoner, voorafgaand aan de melding, minimaal tweemaal heeft aangesproken op diens gedrag en op de gevolgen die dit gedrag voor diegene kan hebben waaronder aanmelding voor een persoonsgerichte aanpak. 2.. De Procesregisseur Zorg en Veiligheid beoordeelt op basis van de inhoud van de melding en in nauw overleg met de partner die de inwoner heeft aangemeld en zo nodig overige direct betrokken partner(s), of het gedrag van de inwoner voldoet aan de criteria voor een persoonsgerichte aanpak zoals beschreven in artikel 2 lid 2. Daartoe vraagt de Procesregisseur Zorg en Veiligheid aan de politie, indien de politie niet de aanmelder is, of de inwoner in de afgelopen twaalf maanden minstens tweemaal is geregistreerd in verband met gedrag waarvoor mogelijkerwijs een persoonsgerichte aanpak noodzakelijk is4Waarbij perioden in detentie of in een ISD-instelling niet worden meegeteld.. Ook onderzoekt de Procesregisseur Zorg en Veiligheid zekerheidshalve: of de inwoner al ondersteuning ontvangt vanuit het lokale team (WMO, Zorgdat ,CJG of Stimenz); of er voor de inwoner al een persoonsgerichte aanpak wordt uitgevoerd of voorbereid door het Zorg- en veiligheidshuis; of naar diens oordeel een persoonsgerichte aanpak door het Zorg- en veiligheidshuis zou moeten worden vastgesteld omdat het gedrag van de inwoner ook voldoet aan de criteria voor een persoonsgerichte aanpak van het Zorg- en veiligheidshuis. 3.. Blijkt op grond van lid 2 dat de inwoner al wordt ondersteund vanuit het lokale team (WMO, Zorgdat, CJG of Stimenz), dan voert de procesregisseur Zorg en Veiligheid overleg over de ondersteuning van dit deze partij bij de persoonsgerichte aanpak van het gedrag. 4.. Blijkt op grond van lid 2 dat het Zorg- en veiligheidshuis een persoonsgerichte aanpak heeft vastgesteld of zal vaststellen, dan komt er geen zelfstandige lokale persoonsgerichte aanpak, maar overlegt de Procesregisseur Zorg en Veiligheid welke (extra) ondersteuning lokaal geboden kan worden, in de aanpak die vanuit het Zorg- en veiligheidshuis wordt uitgevoerd. In dit geval beperkt de Procesregisseur Zorg en Veiligheid zich tot het in het PGA-bestand vastleggen van gegevens over de inwoner in verband met de melding. Het betreft gegevens over: naam, instelling en contactgegevens van de melder alsmede gegevens over de afspraken die diegene met het Zorg- en veiligheidshuis maakt over eventuele aanvullende lokale uitvoering van onderdelen van de persoonsgerichte aanpak van het Zorg- en veiligheidshuis.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel