In aanvulling op de gevallen waarin een wettelijke regeling voorziet in de mogelijkheid van het geven van zienswijzen, stellen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten in ieder geval in de gelegenheid om zienswijzen in te dienen voorafgaand aan het nemen van besluiten:
tot vaststelling van een algemene regeling omtrent de financiële en andere gevolgen van eventuele uittreding zoals bedoeld in artikel 35 lid 3, tot vaststelling van de gevolgen van de uittreding zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 en tot vaststelling van een ontwerpuittredingsplan zoals bedoeld in artikel 35 lid 7;
tot opheffing van de regeling;
tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappijen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen.