De mate van gemeentelijke regie op een ontwikkellocatie wordt grotendeels bepaald door de doelstellingen en ambities voor die locatie. Deze komen meestal voort uit gemeentelijk beleid, waardoor het niet mogelijk is om een algemene strategie voor alle locaties te bedenken. Per locatie spelen verschillende factoren een rol, zoals grondposities, de capaciteit van de gemeente, de wens tot regie en de risico’s die de gemeente wil nemen. Daarom wil de gemeente sterk locatie-specifiek sturen.
Onderstaand beslismodel helpt bij het bepalen van de strategie per locatie en situatie, waarmee regisserend grondbeleid verder wordt ingevuld. De stappen worden onder het model toegelicht.
In hoeverre is er sprake van gemengd privaat/gemeentelijk grondeigendom waardoor samenwerking wenselijk is?
Grondposities van publieke en private partijen in het plangebied zijn cruciaal voor de toepasbaarheid van de verschillende modellen.
Wat kan de gemeente (financieel, qua bemensing en kennis)?
De capaciteit van de gemeente wordt eerst bepaald door de financiële draagkracht. Reserves of voorzieningen moeten groot genoeg zijn om tekorten of risico's op te vangen. Voor marktpartijen is gebieds- en projectontwikkeling corebusiness, waardoor zij vaak een voorsprong hebben in kennis en kunde. Betrokkenheid van deze partijen kan ervoor zorgen dat expertise, kennis en ervaring, waarover de gemeente (nog) niet (voldoende) beschikt, aan het project wordt toegevoegd. Of dit van toegevoegde waarde is, hangt af van de vraag in hoeverre de gemeente zelf in staat en bereid is de projectorganisatie te bemensen en van de kennis en ervaring van de medewerkers om het project zelf succesvol uit te voeren.
Bouwclaimmodel
Het bouwclaimmodel wordt vaak toegepast wanneer een marktpartij grondeigendommen heeft in een plangebied. Een private partij verkoopt haar grond aan de gemeente onder de voorwaarde dat zij na de grondontwikkeling bij de gronduitgifte bouwrijpe kavels mag terugkopen voor een overeengekomen prijs en vooraf vastgestelde programmering, waarmee zij haar bouwrechten veiligstelt. In dit model is de gemeente volledig verantwoordelijk voor de grondexploitatie. Wanneer er sprake is van versnipperd grondeigendom, heeft deze variant de voorkeur boven zelfrealisatie door afzonderlijke marktpartijen. De gemeente houdt zo de regie in handen en kan de gewenste ontwikkeling beter sturen. De keerzijde is dat de gemeente door de grondexploitatie financiële risico's loopt.
Joint Venture
Deze samenwerkingsvorm kan worden toegepast wanneer verschillende partijen (waaronder de gemeente) grondeigendom hebben in een plangebied. Partijen kunnen ervoor kiezen samen een onderneming, zoals een grondexploitatiemaatschappij (GEM), op te richten waaraan de gronden binnen het plangebied worden overgedragen. Deze onderneming ontwikkelt de gronden zelf en is verantwoordelijk voor het bouw- en woonrijp maken en de gronduitgifte. Er is sprake van een joint venture wanneer overheid en marktpartijen samen voorzieningen ontwikkelen, realiseren, exploiteren en/of beheren vanuit een gezamenlijke risicoacceptatie ten aanzien van geraamde kosten en verwachte opbrengsten. Het verschil met het bouwclaimmodel is dat werkzaamheden, verantwoordelijkheden, zeggenschap en risico's niet onderling worden verdeeld, maar worden gedeeld.
Concessiemodel
Het concessiemodel wordt toegepast wanneer de gemeente de gronden in het plangebied geheel of grotendeels in eigendom heeft. Via een aanbesteding of prijsvraag wordt niet-bouwrijpe grond overgedragen aan een marktpartij. In een samenwerkingsovereenkomst worden de afspraken vastgelegd. Na realisatie wordt de openbare ruimte overgedragen aan de gemeente. De gemeente beperkt zich bij dit model tot het stellen van randvoorwaarden, bijvoorbeeld in de vorm van een stedenbouwkundig programma van eisen. De marktpartij voert een groot deel van de traditionele overheidstaken (aanleg van voorzieningen en infrastructuur) voor eigen rekening en risico uit. Na een bepaalde (onderhouds)periode wordt het openbaar gebied en de infrastructuur terug geleverd aan de gemeente.
Onderstaand schema laat de verschillende vormen van gebiedsontwikkeling zien.
Bij de samenwerking tussen gemeente en marktpartijen bij gebiedsontwikkeling moeten Europese en nationale regels op het gebied van aanbesteding, staatssteun en mededinging worden nageleefd. Dit geldt bijvoorbeeld voor het aangaan van een Publiek-Private Samenwerking (PPS) en/of bij het verlenen van financiële bijdragen aan projecten.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.5.
Afwegingskader Regisserend Grondbeleid
Onderdeel van Nota Grondbeleid Uithoorn 2025 – 2029