Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1.

Minnelijke verwerving

Onderdeel van Nota Grondbeleid Uithoorn 2025 – 2029

Een fundamenteel principe is dat degene die de grond bezit, bepaalt wat ermee gebeurt. Om beleidsdoelen op het gebied van volkshuisvesting, duurzaamheid, energietransitie en klimaatadaptatie te realiseren, kan de gemeente ervoor kiezen om actief de grondmarkt te betreden en zo haar regierol te versterken. Wanneer de gemeente Uithoorn een grondpositie wil innemen, kan zij gebruikmaken van het instrument van grondverwerving. De voorkeur gaat uit naar minnelijke (vrijwillige) verwerving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen planmatige verwervingen, gericht op specifieke plannen/projecten, en strategische verwervingen, gericht op toekomstige plannen en ontwikkelingen. Planmatige verwervingen Dit betreft noodzakelijke verwervingen voor een specifieke gebiedsontwikkeling waarvoor de gemeenteraad een grondexploitatie heeft vastgesteld. Er is een duidelijk ruimtelijk en financieel kader aanwezig waarop de verwerving is gebaseerd. Deze verwervingen worden verantwoord binnen de grondexploitatie van het project. Om staatssteun of onterechte bevoordeling te voorkomen, moet de grondtransactie plaatsvinden op basis van een onafhankelijke taxatie van de marktwaarde. Strategische verwervingen Strategische verwervingen vinden plaats op locaties waar nog geen vastgestelde grondexploitatie of uitvoeringskrediet voor is, of waar soms nog geen planologisch kader of visie beschikbaar is. De gemeente kan strategische posities innemen om toekomstige gewenste ontwikkelingen te kunnen sturen. Hierbij rijst de vraag waarom vroegtijdig moet worden aangekocht en niet kan worden gewacht op een definitief plan. De redenen hiervoor zijn: De gemeente wil in een vroeg stadium een grondpositie verwerven om als initiator op te treden voor toekomstige planontwikkelingen. De gemeente wil gronden en/of opstallen aankopen die binnen de huidige functie geen toekomst meer hebben, waardoor nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden. De gemeente wil gronden aankopen als ruilobject om deze strategisch in te zetten voor mogelijke verplaatsingen vanuit andere projecten. De gemeente wil een grondpositie verwerven om negatieve effecten op toekomstige planontwikkelingen tegen te gaan (zoals door bedrijven met een grote hindercirkel te kopen). De gemeente koopt de gronden vroegtijdig aan om opbrengsten te genereren en zo tekorten op verliesgevende projecten te verevenen. Het realiseren van positieve resultaten is vaak bedoeld om verliesgevende (vaak maatschappelijke) projecten te kunnen verevenen. Echter, er kunnen aankopen worden gedaan waarvan vooraf duidelijk is dat er geen positief resultaat zal zijn, maar die een ander strategisch belang dienen. Het is van groot belang dat bij strategische verwerving de doelstellingen en risico’s goed in beeld komen. Bij de afweging of een strategische aankoop moet worden gedaan, moet zorgvuldig worden overwogen of de aankoop nodig is om de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken, wat de risico’s zijn en of het beoogde resultaat de risico’s waard is. TACTISCH Overwegingen minnelijke verwerving Hoe is de ontwikkelpotentie van de locatie op korte of langere termijn? Is de prijs zodanig dat opbrengsten (of geen verlies) te verwachten zijn? Is de prijs marktconform? Is er voldoende financiële ruimte beschikbaar voor de aankoop? Is de gemeente bereid de rente te betalen over de aankoop tot het gebied wordt ontwikkeld of tot het moment dat een marktpartij het risico overneemt? Zijn er na aankoop mogelijkheden voor tijdelijke exploitatie met dito opbrengsten? Is de gemeente in staat eventueel vervangende grond aan te bieden? Leidt de aankoop tot een betere onderhandelingspositie t.o.v. marktpartijen? Zijn er alternatieven voor de aankoop? Bijvoorbeeld door samenwerking met marktpartijen in de grondverwerving ofwel het voeren van facilitair grondbeleid? Draagt verwerving bij aan de ambities zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie?

Rechtspraak bij dit artikel