Het College van elke Gemeente wijst uit zijn leden één vertegenwoordiger en één plaatsvervangend vertegenwoordiger voor het Algemeen bestuur aan.
De leden van het Algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode gelijk aan de zittingsperiode van de Raad. Het lidmaatschap van het Algemeen bestuur eindigt op de dag waarop een lid niet langer lid is van het College van de Gemeente namens wie het lid is van het Algemeen bestuur.
Een lid kan worden ontslagen door de Raad die hem heeft benoemd, wanneer dat lid niet langer het vertrouwen van de Raad heeft.
De leden van het Algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de Voorzitter van het Algemeen bestuur alsmede de Raad die hen heeft benoemd, schriftelijk op de hoogte. Leden van het Algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen blijven lid van het Algemeen Bestuur totdat in hun opvolging is voorzien.
Het lidmaatschap van het Algemeen bestuur eindigt ook op het moment van uittreding uit de regeling van de Gemeente die het lid vertegenwoordigt.
Het Algemeen Bestuur kan zich in zijn werkzaamheden laten bijstaan door één of meer adviseurs.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
Samenstelling Algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling SamenDrenthe