Alle bevoegdheden die niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan een ander bestuursorgaan zijn opgedragen, komen toe aan het Algemeen bestuur.
Het Algemeen bestuur kan besluiten tot oprichting van of deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Het Algemeen bestuur neemt daarbij het bepaalde in artikel 31a van de Wet in acht.
Het Algemeen bestuur kan aan het Dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. De volgende bevoegdheden worden in ieder geval niet overgedragen:
de bevoegdheden als bedoeld in artikel 33a, tweede lid van de Wet;
het vaststellen, wijzigen of intrekken van algemeen verbindende voorschriften;
het wijzigen van deze regeling;
het vaststellen van tarieven;
het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging die dat mogelijk maakt, is vastgesteld;
het instellen van commissies als bedoeld in artikel 25 van de Wet;
het vaststellen van het strategische programma, als bedoeld in artikel 21 van deze regeling.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Bevoegdheden Algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling SamenDrenthe