1.. Voor de beoordeling van het levensgedrag wordt altijd onderzoek gedaan naar de feiten en gedragingen die zich in de laatste tien jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag hebben voorgedaan.

2.. Feiten en gedragingen ouder dan tien jaar zijn bij de primaire beoordeling van het levensgedrag niet de grondslag om een vergunning te weigeren of in te trekken. Deze feiten en gedragingen kunnen ten hoogste worden opgevoerd in de motivering van een patroon in het levensgedrag.

3.. Voor de berekening van het tijdvak, zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel, telt de periode van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis niet mee.

4.. Een (her)beoordeling van het levensgedrag kan ook plaatsvinden nadat een vergunning is afgegeven. Geconstateerd slecht levensgedrag levert in dat geval een intrekkingsgrond op.