Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2 Saldo- en Liquiditeitenbeheer

Artikel 4.2 Saldo- en Liquiditeitenbeheer

Onderdeel van Treasurystatuut 2024 – 2029

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; Indien een liquiditeitsbehoefte ontstaat dan kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 2.2 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden; Bij het aantrekken van vermogen zijn de bepalingen van artikel 3.1 van toepassing; Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant; Bij het uitzetten van vermogen zijn de bepalingen en limieten van artikel 3.2 van toepassing; Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant en bij de Nederlandse Staat; Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 2.4 genoemde tegenpartijen toegestaan; Jaarlijks rapporteert het college in de paragraaf financiering van de programmarekening over het gevoerd saldo- en liquiditeitenbeheer; Gezien het kortlopende karakter en de opgenomen restricties in de artikelen 3.1 en 3.2 vindt hiervoor geen afzonderlijke toets door de concerncontroller plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel