Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Onderdeel van Treasurystatuut 2024 – 2029

Voor de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn in het treasurystatuut op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd; Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a. minimaal twee functionarissen autoriseren iedere transactie (het vier-ogenprincipe); b. de uitvoering en controle gebeurt door afzonderlijke functionarissen; c. de uitvoering en registratie in de financiële administratie gebeurt door afzonderlijke functionarissen. Tegenpartijen worden gevraagd bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie; De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de Medewerker Bedrijfsvoering Financiën en gecontroleerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten; De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat: a. de uitvoering rechtmatig en doelmatig is; b. de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; c. de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.

Rechtspraak bij dit artikel