Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.3

Aanvullende voorwaarden

Onderdeel van Nota Ruimtelijke Beleidsregels Kleinschalige Duurzame Energie

Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windmolen wordt indien nodig voorzien van een ecologisch onderzoek waaruit blijkt dat het initiatief geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor flora en fauna. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windmolen dient te voldoen aan de landelijke eisen uit het Activiteitenbesluit. Om geluidsoverlast te voorkomen moet de afstand van de kleinschalige windturbine tot geluidsgevoelige objecten, behalve een eigen geluidsgevoelig object, dusdanig zijn dat er overdag maximaal 47 dB en ’s nachts maximaal 41 dB geluid op de gevel van deze objecten gemeten kan worden. Om dit te toetsen moet een akoestisch onderzoek worden aangeleverd bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Wanneer het licht van de rotorbladen wordt gereflecteerd kan er flikkering ontstaan. Om overlast door flikkering te voorkomen dienen kleinschalige windmolens, in overeenstemming met de Activiteitenregeling, dus niet gemaakt te zijn van reflecterende materialen. Dan wel te zijn behandeld met antireflectie-coating waardoor flikkering niet meer voor komt. In het activiteitenbesluit en de activiteitenregeling Milieubeheer staan normen voor hinder door slagschaduw. Deze worden in deze beleidsregels overgenomen als toetsingskader en grond voor het opnemen van nadere voorwaarden: Er worden geen nadere voorwaarden gesteld indien de kleinschalige windmolen indien deze aan de volgende voorwaarden voldoet: Maximale tiphoogte van 13 meter, Maximale wieklengte van 2,5 meter, Meer dan 150 omwentelingen per minuut maakt Voldoet de kleinschalige windmolen niet aan de eisen onder 1, dan is men verplicht om een automatische stilstand voorziening aan te brengen bij de windmolen indien: de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt. De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het gevoelige object En daarbij gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden En er ramen gesitueerd zijn in de gevel van het gevoelig object op de plek waar de onder ii. geldende hoeveelheid slagschaduw kan optreden Zodra een windmolen buiten gebruik raakt, geldt er een opruimplicht.

Rechtspraak bij dit artikel