Een kleinschalig grondgebonden zonnestroomsysteem dient uitsluitend voor eigen energievoorziening.
Een kleinschalig grondgebonden zonnestroomsysteem dient ondergeschikt te zijn aan de hoofdfunctie van het perceel. Dit betekent dat de functie van het perceel niet in eerste instantie de opwek van duurzame energie is,
maar een andere hoofdfunctie heeft die past in het buitengebied. Het zoninitiatief is ondergeschikt aan de hoofdfunctie in bijvoorbeeld oppervlakte, inrichting, gebruik of in de bijdrage aan de bedrijfsvoering.
Per woning of bedrijf wordt toestemming verleend voor het plaatsen van één kleinschalig zonnestroomsysteem, dit kan deels dak- en deels grondgebonden zijn uitgevoerd.
Het maximale vermogen van het zonnestroomsysteem mag niet meer bedragen dan de energiebehoefte ten aan zien van het eigen gebruik.
Het maximale toegestane oppervlak van het zonnestroomsysteem mag niet meer dan 150 m2 bedragen;
indien het eigen gebruik een groter vermogen of oppervlak voor zonnestroomsysteem vereist kan gemotiveerd hiervan worden afgeweken;
De locatie van een kleinschalig grondgebonden zonnestroomsysteem moet gelegen zijn binnen het door de provincie Utrecht aangegeven gebied ‘zonevelden’ (Artikel 5.4 interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht).
Hiermee wordt plaatsing in Natura2000-gebieden of in ganzenrustgebieden zondermeer uitgesloten.
Een kleinschalig grondgebonden zonnestroomsysteem mag geen belemmering vormen voor locaties in het kader van de grootschalige duurzame energieopwekking van de RES U16 regio.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1
Algemene regels
Onderdeel van Nota Ruimtelijke Beleidsregels Kleinschalige Duurzame Energie