Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.2

Voorkeursvolgorde

Onderdeel van Nota Ruimtelijke Beleidsregels Kleinschalige Duurzame Energie

Voor de kleinschalige zonnestroomsystemen voor eigen gebruik wordt een voorkeursvolgorde voor plaatsing gehanteerd: Dakgebonden zonnestroomsysteem; zonnepanelen op het dak of aan de gevel Grondgebonden zonnestroomsysteem binnen bestemmingsvlak van de functie wonen, horeca, bedrijven, maatschappelijk danwel binnen het agrarisch bouwvlak Grondgebonden zonnestroomsysteem buiten bestemmingsvlak van de functie wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk, danwel buiten het agrarisch bouwvlak Kleinschalige zonnestroomsystemen dienen dakgebonden zonnestroomsysteem te zijn In afwijking van de onder 2.3.2 lid b genoemde voorwaarde kan er enkel een grondgebonden zonnestroomsysteem geplaatst worden indien volgens de voorkeursvolgorde plaatsing op het dak redelijkerwijs niet mogelijk is; Voorbeelden hiervoor zijn: Monumentaal gebouw waarvoor een dakgebonden zonnestroomsysteem een omgevingsvergunning is geweigerd Een gebouw met rieten kap, waarop het plaatsen van een dakgebonden zonnestroomsysteem niet mogelijk is Een gebouw met ongeschikte dakrichting Een kleinschalig grondgebonden zonnestroomsysteem dient binnen het bestemmingsvlak wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk danwel binnen het agrarisch bouwvlak te worden geplaatst. In afwijking van de onder lid d genoemde voorwaarde kan er een kleinschalig grondgebonden zonnestroomsysteem buiten het onder d genoemde bestemmingsvlak danwel agrarisch bouwvlak geplaatst worden indien dit binnen het bestemmingsvlak redelijkerwijs niet mogelijk is; Voorbeelden hiervoor zijn: Onvoldoende beschikbare ruimte binnen het bestemmingsvlak Schaduwvorming binnen het bestemmingsvlak door bestaande bebouwing

Rechtspraak bij dit artikel