Van de beslissing een feitenonderzoek in te stellen wordt met inachtneming van artikel 6 de betrokken politieke ambtsdrager in kennis gesteld. Tevens worden het presidium, het College, de gemeentesecretaris, de griffier en de melder in kennis gesteld.
De burgemeester verstrekt in overleg met de griffier — als de melding een raads- of burgerlid betreft - of de gemeentesecretaris — als de melding een wethouder betreft — een schriftelijke opdracht voor het feitenonderzoek aan een onafhankelijke externe onderzoeker.
In de opdracht is in ieder geval opgenomen:
de aanleiding van het feitenonderzoek;
de onderzoeksopdracht met duidelijk omschreven onderzoeksvragen en -methoden;
de verwachte duur van het feitenonderzoek;
de overeengekomen kosten van het feitenonderzoek;
van welke bevoegdheden de externe partij gebruik mag maken;
dat de externe partij werkt met inachtneming van dit Protocol.
De bevindingen uit het feitenonderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksrapportage.
HOOFDSTUK
Artikel 5
Feitenonderzoek
Onderdeel van Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur