De betrokken politieke ambtsdrager wordt over het instellen van het feitenonderzoek tijdig per brief geïnformeerd.
In de brief is in ieder geval opgenomen:
een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van onderzoek;
de melding dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord;
de melding dat de betrokken politieke ambtsdrager zich kan laten bijstaan door een raadsman;
de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden;
Bij de brief wordt in ieder geval gevoegd:
de Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur;
de vigerende gedragscode.
HOOFDSTUK
Artikel 6
Kennisgeving aan betrokkene
Onderdeel van Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur