1.. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor door derden te leveren diensten, zoals jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, als bedoeld artikel 2.11 en 4.1.1. van de Jeugdwet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast:

  • - Een vaste prijs of tarief, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met derde; of
  • - Een reële prijs die geldt als ondergrens voor:
  • - Een inschrijving en het aangaan een overeenkomst met de derde; en
  • - De vaste prijs, bedoeld in onderdeel a.

2.. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering rekening met de navolgende kostprijselementen conform de AMvB reële tarieven Jeugdwet:

  • - Cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten;
  • - Redelijke overheadkosten;
  • - Kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg;
  • - Reis- en opleidingskosten;
  • - Indexering van de tarieven conform de OVA/PPC welke vastgesteld zijn door de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza).

3.. Het college kan de uiteindelijk over een kalenderjaar te betalen vergoeding aan een (Pgb-) aanbieder van dienstverlening korten met maximaal het bedrag waarmee bezoldigingen en uitgekeerde ontslagvergoedingen aan al dan niet ingehuurde (deeltijd) medewerkers, bestuurders en toezichthouders over dat jaar (naar rato) meer bedragen dan de normen, zoals bedoeld in artikel 2.3 en 2.10 van de Wet normering topinkomens en de regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp.

4.. Wanneer de (Pgb-)aanbieder op enige wijze bedragen onttrekt aan de bedrijfsvoering op een voor de branche niet gebruikelijke, niet integere, dan wel niet marktconforme wijze wordt dit gezien als schending van de integriteit. Dit staat het leveren van ondersteuning in de weg en heeft tot gevolg dat het college de (Pgb-)aanbieder kan uitsluiten van het leveren van de ondersteuning, zoals omschreven in artikel 5.1 lid 5 van deze verordening en op basis van de contracten met de aanbieders.