1.. Het college kan toezichthoudende ambtenaren aanwijzen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.9 van de Jeugdwet.

2.. De aangewezen toezichthouder is belast met:

  • - De bevoegdheid van het inzien van dossiers;
  • - De bevoegdheid om inlichtingen te vorderen;
  • - De bevoegdheid om de (cliënten)administratie/dossiers te vorderen bij de (Pgb-)aanbieder;
  • - De bevoegdheid om de administratie te vorderen van de cliënt of de Pgb-beheerder;
  • - Het vorderen van inzage in een identificatiebewijs;
  • - Inzage van documenten en toegang tot gegevens;
  • - Het betreden van plaatsen (met uitzondering van woningen);
  • - Controleren of de (Pgb-)aanbieder de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst met het college naleeft;
  • - Ondersteuningsinhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de cliënt of de Pgb-beheerder heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie;
  • - Controleren of de individuele voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd.;
  • - De bevoegdheid om (Pgb-)aanbieders te screenen.

3.. Eenieder is verplicht om mee te werken aan het onderzoek van de toezichthouder.