1.. Een cliënt kan alleen in aanmerking komen voor een voorziening voor vervoer van en naar de dagbesteding als de cliënt, gelet op zijn beperkingen of psychische of psychosociale problematiek, niet in staat is zich zelfstandig te verplaatsen tussen zijn woon- of verblijfadres en de dagbesteding, waarbij de dichtstbijzijnde locatie van de dagbesteding leidend is.

2.. Indien de cliënt een vervoersvoorziening van de gemeente heeft op grond van artikel 3.6 van de verordening dan komt hij/zij niet in aanmerking voor vervoer van en naar de dagbesteding.