1.. Alvorens de cliënt een aanvraag doet voor een voorziening, wordt van hem/haar verwacht dat hij/zij eerst een beroep doet op zijn/haar sociaal netwerk. Er wordt geen Pgb verstrekt voor hulp waarvan het gebruikelijk is dat de activiteiten door het sociaal netwerk worden verricht, zoals:

  • - (Sociale) activiteiten ondernemen met de cliënt;
  • - Het doen van de boodschappen;
  • - Lichte huishoudelijke taken;
  • - Eenvoudige hulp bij de administratie;
  • - Het maken van afspraken en/of het meegaan naar afspraken met bijvoorbeeld specialisten, huisarts, kapper of fysiotherapeut;
  • - Vervoer naar afspraken met bijvoorbeeld specialisten huisarts, kapper of fysiotherapeut.

2.. Het college kent, onverminderd het bepaalde in lid 1, een Pgb voor informele hulp alleen toe als:

  • - Wordt gemotiveerd waarom de inzet van informele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van professionele hulp; en
  • - De persoon die de informele hulp verleent, voldoet aan de minimale kwaliteitseisen die zijn opgenomen in bijlage 2 van deze verordening; en
  • - De persoon die de informele hulp verleent, beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om adequate hulp te bieden; en
  • - De persoon die de informele hulp verleent geen deel uitmaakt van de problematiek waarvoor de ondersteuning ingezet wordt; en
  • - Er geen sprake is van het creëren of in stand houden van een afhankelijkheidsrelatie; en
  • - Het zorgplan voldoet aan de eisen zoals bepaald in artikel 5.3 van de verordening; en
  • - De ondersteuning aan de cliënt niet leidt tot overbelasting bij de persoon die de informele hulp verleent.

3.. Het college kan de criteria voor informele hulp nader uitwerken.