1.. De (professionele) aanbieder zorgt voor een goede en controleerbare cliëntenadministratie ten aanzien van de geleverde ondersteuning conform de daartoe gestelde wettelijke bewaartermijnen.

2.. De cliënt en/of Pgb-beheerder zorgt voor een goede en controleerbare administratie en houdt deze gedurende vijf jaar beschikbaar vanaf de ingangsdatum van de toekenning van het Pgb.

3.. De cliënt en/of Pgb-beheerder moet kunnen aantonen dat het Pgb is besteed aan het doel waarvoor het is verstrekt. Daarbij moet de cliënt en/of Pgb-beheerder controleren of de ondersteuning voldoet aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in artikel 2 van de verordening.

4.. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een Pgb:

  • - Kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
  • - Kosten voor het voeren van een Pgb-administratie;
  • - Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een Pgb;
  • - Kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag;
  • - Kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering;
  • - Huur;
  • - Bijdragen in de kosten voor levensonderhoud;
  • - Contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het Pgb en kosten voor het bestellen van informatiemateriaal;
  • - Zorg en ondersteuning die onder een collectieve en/of algemene en/of voorliggende voorziening vallen en/of niet binnen de reikwijdte van de Wet vallen;
  • - Ondersteuning afgenomen buiten Nederland, tenzij hiervoor vooraf toestemming wordt verleend door het college.

5.. Een beslissing tot verlening van een Pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

6.. Het college kan de criteria rondom verantwoording en besteding van het Pgb nader uitwerken.