De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 10 en 12, wordt vastgesteld op:

a.. 5% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;

b.. 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;

c.. 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.

d.. 50% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.