Naar hoofdinhoud
Een aanvraag voor een individuele voorziening wordt schriftelijk en ondertekend ingediend bij het college door of namens een jeugdige of diens ouder(s). Heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige: die jonger is dan 12 jaren, of; die ouder is dan 12 jaren en niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan is niet de instemming van de minderjarige vereist, maar van diens wettelijke vertegenwoordiger(s). Heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige die de leeftijd van 12 maar nog niet die van 16 jaren heeft bereikt, dan behoeft de aanvraag de instemming van zowel de minderjarige als de wettelijke vertegenwoordiger, mits de minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Weigert de wettelijke vertegenwoordiger in te stemmen met de aanvraag, dan zal het college de aanvraag toch in behandeling nemen als de jeugdhulp voor de minderjarige kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de minderjarige te voorkomen, alsmede indien de minderjarige ook na de weigering van de toestemming de jeugdhulp weloverwogen blijft wensen. Heeft de aanvraag betrekking op een jeugdige met de leeftijd van 16 of 17 jaar, dan behoeft de aanvraag géén instemming van de wettelijk vertegenwoordiger, mits de jeugdige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Als de jeugdhulp betrekking heeft op een ander dan de aanvrager, behoefte de aanvraag de instemming van de jeugdige of zijn ouders waarop de aanvraag betrekking heeft.

Rechtspraak bij dit artikel