Meer informatie over het intrekken van verstrekkingen uit artikel 6 staan in artikel 7 van de Regeling opvang ontheemde Oekraïners:
Bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0046503/2024-07-01 Artikel 6 De opvang omvat in elk geval de volgende verstrekkingen: onderdak in opvangvoorzieningen die een toereikend huisvestingsniveau bieden; een maandelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven, tenzij de ontheemde inkomsten uit arbeid heeft; recreatieve en educatieve activiteiten; een verzekering tegen de financiële gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid; en betaling van buitengewone kosten. De burgemeester draagt er zorg voor dat tijdens de opvang: de ontheemde bescherming van zijn gezinsleven geniet; de ontheemde de mogelijkheid heeft om te communiceren met familieleden, juridisch adviseurs of raadslieden en vertegenwoordigers van de Hoge Commissaris der Verenigde Naties voor Vluchtelingen en andere relevante, internationale en niet-gouvernementele organisaties en instanties; aan de ontheemde in de leerplichtige leeftijd onderwijs wordt geboden. De burgemeester stelt voor elke opvangvoorziening een huishoudelijk reglement op waarin tenminste passende maatregelen zijn opgenomen om geweldpleging en gender gerelateerd geweld, met inbegrip van aanranding en seksuele intimidatie, te voorkomen en de verplichting van de ontheemde om: de huisregels na te leven die zijn neergelegd in het reglement van de desbetreffende opvangvoorziening; gevolg te geven aan de aanwijzingen van het personeel van de desbetreffende opvangvoorziening; schoonmaakwerkzaamheden te verrichten in en rond de woonruimte; en toegang te verlenen aan het personeel van de opvangvoorziening tot zijn woonruimte indien een redelijk vermoeden bestaat dat de ontheemde de huisregels overtreedt of indien dit voor het beheer van de opvangvoorziening redelijkerwijs noodzakelijk is. Artikel 7 De burgemeester kan de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, beperken of intrekken indien: de opvang van de ontheemde beëindigd wordt omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien; de ontheemde de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen zonder de burgemeester hiervan op de hoogte te stellen; de ontheemde ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid; de ontheemde een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen. De burgemeester trekt, met ingang van de eerstvolgende maand, de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, geheel of ten dele in, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid: inkomsten uit arbeid in Nederland of in een ander land heeft; een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt; gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van de burgemeester om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling, of inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt. De intrekking bedraagt niet meer dan er is verstrekt. De burgemeester brengt, met ingang van de eerstvolgende maand, in de opvangvoorziening waarin de ontheemden niet zelf het eigen eten verzorgen, een bedrag ter hoogte van de financiële toelage als bedoeld in artikel 10, tweede lid, geheel of gedeeltelijk in rekening indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid: inkomsten uit arbeid in Nederland of in een ander land heeft; een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt; gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van de burgemeester om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling, of inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt. In geval van een gezin met meerdere meerderjarige gezinsleden wordt bij toepassing van het vierde lid een maximum gesteld van twee keer de financiële toelage als bedoeld in artikel 10, tweede lid. De burgemeester kan de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, terugvorderen indien deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn verstrekt. De burgemeester vordert niet meer terug dan er is verstrekt.